Groep 1/2 A
Lotte Wesselink, Roos Laurens


Info week 1

Beste ouders,

Helaas is de school momenteel nog gesloten ivm de lockdown. Iedere dag zal er sowieso een zoomles zijn met de kinderen. Op maandag/woensdag en vrijdag is dit voor groep 2 en op dinsdag en donderdag voor groep 1. 
Komende weken gaan we ook weer aan de slag met nieuwe leerdoelen voor groep 1 en 2. Ik heb ze hieronder ook beschreven, zodat u kan zien op welk niveau we werken met de kinderen.


Groep 2
Taal:
– BOEKORIENTATIE: Voorspelt een verhaal aan de hand van de titel van het boek en –de boekomslag en de plaatjes.
– VERHAALBEGRIP: Vertelt een voorgelezen verhaal chronologisch en samenhangend na zonder ondersteuning van plaatjes. Maakt gebruik van moeilijkere woorden.
– TAALFUNCTIES: Ontdekt dat woorden zijn opgebouwd uit klanken en dat letters en klanken corresponderen.

TAALBEWUSTZIJN: Voegt klanken samen tot een woord. (auditieve synthese)
– TAALBEWUSTZIJN: Onderscheidt verschillende klanken binnen een woord p-e-n (auditieve analyse).

Rekenen:
Telt voorwerpen tot en met 20; synchroon en resultatief 
– Kan vanuit elk getal tot 20 verder tellen
– Lost eenvoudige splitsproblemen (handelend) op tot ten minste 10 met behulp van concreet materiaal vanuit een context
– Hanteert rangtelwoorden als 1e, 2e, 3e, tot en met 10e
– Kan hoeveelheden tot tenminste 20 vergelijken door het leggen van 1-1 relaties en ordenen (meer, minder, evenveel, meeste, minste, veel, samen (bijv. staafdiagram)
– Kan lengte vergelijken en ordenen op het oog en meten met een natuurlijke maat (bijv. hand, voet, meetlat)
– Kan oppervlaktes van voorwerpen die veel van elkaar verschillen vergelijken en ordenen door naast of op elkaar te leggen of op het oog
– Kan enkele voorwerpen die (aanzienlijk) in gewicht verschillen vergelijken en ordenen naar gewicht door te wegen (met handen, weegschaal, balans)
– Kan gebeurtenissen in de goede volgorde beschrijven, ordenen en uitleggen
– Weet dat het jaar een terugkerend ritme heeft. Kent een paar namen van maanden en
seizoenen
– Kan bouwwerken vanaf het platte vlak (ook blokken die niet zichtbaar zijn) bouwen in de ruimte

Kan van een ruimtelijk bouwwerk een bouwtekening maken.
– Kent de vormen driehoek, vierkant, cirkel, rechthoek, bol en kubus en herkent deze in voorwerpen


Groep 1
taal:
– BOEKORIENTATIE: Weet dat je een verhaal globaal kunt voorspellen aan de hand van een boekomslag
– TAALFUNCTIES: Herkent tekensystemen zoals pictogrammen, gebarentaal en mimiek
– TAALBEWUSTZIJN: Verdeelt woorden in lettergrepen, zoals kin-der-wa-gen
– Voert een gesprekje met de leerkracht en/ of een ander kind; met behulp van gesloten en open vragen. Luistert naar een ander en reageert op een ander en kijkt de ander aan.


Rekenen:
– Telt voorwerpen tot en met 10; synchroon en resultatief.
– Vergelijkt en ordent hoeveelheden tot tenminste 5 door het leggen van 1-1 relatie op meer, minder, evenveel, meeste, minste
– Ordent gewicht van licht naar zwaar en gebruikt actief begrippen licht/lichter/lichtst, zwaar/zwaarder/zwaarst
– Vergelijkt twee voorwerpen op gewicht. Begrijpt dat gewicht niet een op een samenvalt met omvang
– Herkent tijdsbegrippen in betekenisvolle, dagelijkse situaties: dag, nacht, vandaag, morgen.
– Gebruikt meetkundige begrippen als voor, achter, naast, in, op, boven, onder, dichtbij en ver in concrete situaties (bijv. spel) Kan een eenvoudige route volgen en een bekende route globaal beschrijven
– Kan eenvoudige constructies vanaf het platte vlak nabouwen in de ruimte
– Kan voorwerpen sorteren op minimaal 1 kenmerk (bijv. met vormen, wereldspelmateriaal)